close
  • zondag 8 december
Buitenleven

In de moestuin: een augurkenvloed

In de moestuin: een augurkenvloed

Verhalen uit Pake’s moestuin (13)

Augurken zelf telen. Dat is best een dingetje. Het is leuk om de eerste augurken te zien groeien aan de planten, maar daarna komt het werk!

Augurken en komkommers komen oorspronkelijk uit India en houden van warmte. Een augurk lijkt heel erg veel op een komkommer, hij behoort tot dezelfde plantsoort. Het is dan ook niet zo eenvoudig om buitenkomkommers van augurken te onderscheiden. Augurken zijn een stuk kleiner en niet zo lang houdbaar als een komkommer. Ze moeten daarom vrij snel in het zuur worden ingelegd.

Laat op gang

Augurken hebben hele lange vierkante stengels die wel tot drie meter ver kunnen kruipen. Het gewas vormt zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen. Een mannelijke bloem heeft genoeg stuifmeel om tientallen vrouwelijke bloemen te bevruchten. Ze houden van warmte en niet van een koud voorjaar! Onze plantjes kwamen laat op gang. Normaliter breng je ongeveer eind mei de planten die je van te voren hebt gezaaid naar buiten. Er moet geen nachtvorst meer zijn, want daar kunnen ze niet tegen. Wij hebben de planten in juni in de volle grond gezet. Je kunt twee planten bij elkaar zetten. Wij hebben ze bij een rooster geplant. Wanneer de planten beginnen te klimmen kun je ze helpen door de eerste ranken losjes vast te binden aan het rooster. Voordeel van dit systeem is dat de planten minder ruimte innemen en je opbrengst groter is. Ook blijven de augurken mooi schoon, want ze liggen niet op de grond.

Windvanger

Qua grondsoort heeftt de augurk geen voorkeur, maar de grond moet wel een losse structuur hebben en de plant moet uiteraard voldoende water krijgen. Augurken zijn gevoelig voor wind. De ranken kunnen bij harde wind beschadigd raken. Ik las ergens de tip dat je door middel van het planten van bijvoorbeeld mais een windvanger creëert. Ook mulchen met hooi of stro is goed voor de plant. De ranken groeien daar aan vast en waaien niet meer zo gemakkelijk weg. Bovendien blijft de grond vochtig.

Verschillende maten

In augustus kwam er bij ons een stormvloed aan augurken. Dat betekent vaak plukken, minstens twee keer per week, want de jonge versies zijn het beste. Dikke augurken houden ook de groei van nieuwe tegen. Natuurlijk vergeet je er weleens eentje, want het is best lastig om ze allemaal te spotten tussen al die bladeren, dus dan krijg je van die ‘zure bommen’.  De ene augurk groeit  sneller dan de andere, dus sowieso heb je altijd verschillende maten.

Zwetende augurken

Augurken zijn het lekkerst als je ze inmaakt. De kleinere in zijn geheel en de grotere in schijfjes of in reepjes gesneden. Het handigst is natuurlijk om een setje te verzamelen en dan in te maken. Helaas kun je ze niet heel lang bewaren, dus op een gegeven moment moet je aan de klus. Bij het inmaken moet je ervoor zorgen dat je de potjes met schroefdeksels afspoelt met heet water voordat je ze gebruikt.

De augurken heb ik een nachtje in het zout gezet. Ze liggen dan flink te zweten. De volgende dag giet je een laagje vocht af en je moet ze goed afspoelen, want anders smaken ze heel zout. Daarna snijd je de grote augurken in schijfjes of door midden. Vervolgens breng je een deel azijn, een deel water en suiker aan de kook. Daarna voeg je kruiden toe zoals dille, laurier, mosterdzaad, peperkorrels, wat je maar lekker vindt. Je vult de potjes tot aan de rand, sluit ze met de schroefdeksel en zet ze op de kop.

Op de foto zie je het resultaat 

Bewaar ze ongeveer twee maanden op een koele plaats. Ik moet nog eventjes geduld hebben en dan kan ik je vertellen hoe ze smaken en of het hele proces voor herhaling vatbaar is!

Vorige aflevering gemist? Klik hier voor deel twaalf.

Geschreven door: Hillie Weistra

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Volg ons via Facebook