close
  • zaterdag 7 december
Interieur

De nieuwbouwflat van toen is nu een armoedig onderkomen

De nieuwbouwflat van toen is nu een armoedig onderkomen

Dag huis, dag lieve oude woning… dat liedje kwam bij me op toen ik las dat de flat waar ik geboren en opgegroeid ben op de nominatie staat om gesloopt te worden.


In de jaren ’50 gebouwd, als moderne oplossing voor zoveel gezinnen die een woning nodig hadden. Blokken met zes à acht trappenhuizen, met aan weerskanten driekamer- dan wel tweekamerflats, in drie woonlagen.

Een keuken met geiser, en gasaansluiting voor een fornuis, een douchecel met lavet

De onderste flats hadden een tuin, de bovenste een zolder, die in het midden niks extra’s. Een keuken met geiser, en gasaansluiting voor een fornuis, een douchecel met lavet, compleet met uitneembare vin om de was te doen en een vaste centrifuge. De locatie was heel mooi, recht tegenover de heide. Mijn ouders kregen zelfs een hoekwoning op de onderste verdieping toegewezen, dat betekende aan drie kanten een tuin.

Foto: De flat in de jaren negentig

Mijn moeder was erg gelukkig met de moderne voorzieningen, mijn vader met de tuin en de omgeving. Toen zij als verloofd stel een woning zochten, hadden zij, net als ontelbare andere jonge stellen eigenlijk weinig andere keus dan bij iemand inwonen. De nasleep van de oorlog was onder andere immers een flinke woningnood.

Mijn moeder kookte op twee petroleumstellen en deed de was in een teil

Zij kwamen terecht bij een oude dame, die twee kamers in haar grote oude huis aan hen wilde verhuren, zodat ze konden trouwen. Mijn moeder kookte op twee petroleumstellen en deed de was in een teil. De woonruimte werd op den duur erg krap, want er werd eerst een dochter en twee jaar later een zoon geboren. Het was voor mijn ouders dan ook een paleisje, deze nieuwe flat. En voor velen met hen.

Foto: 1962

Toen ze er een aantal jaren woonden werd ik geboren en ik kijk terug op een gelukkige jeugd daar. 
Voor nu is het haast ondenkbaar dat we niet het gebrek aan ruimte voelden met ons gezin van vijf personen. Mijn ouders sliepen in de achterkamer, de twee slaapkamers waren voor mijn broer en voor mijn zus en mij. De kachel, de eettafel, de bank en twee fauteuils, het dressoir, alles stond in de voorkamer.

Ik moest er niet aan denken om te verhuizen

We hadden een fietsenkelder en een kolenkelder, een balkon met een trapje naar de tuin. We hadden een goede band met alle andere gezinnen die ‘op het trappenhuis’ woonden zoals we dat noemden en we hielden rekening met elkaar. We woonden immers praktisch op elkaars lip. Het verbaast me echt dat ik dat vroeger nooit zo gevoeld heb. Haaks op ons huis en achter ons stonden ook flatblokken, maar het voelde voor mij als kind alleen maar veilig en gezellig zo. Ik moest er niet aan denken om te verhuizen en had het er ook best moeilijk mee toen ik op mijn 23e ging trouwen en mijn ouderlijk huis verruilde voor een maisonnette in het centrum van de stad.

We hadden de 3e en 4e verdieping, dus ik ging er op vooruit in ruimte, maar voelde me er nooit zo thuis als ‘thuis’. Ik begon me zelfs opgesloten te voelen, misschien ook omdat ik niet zomaar naar buiten kon gaan, zoals vroeger toen we op de benedenverdieping woonden. En geen uitzicht meer op de hei, maar op winkelpanden.

Ik kon er niet over uit. Een heel huis!

We konden een eengezinswoning kopen in een nieuwe wijk, een premie-A woning. Die moest nog gebouwd worden en ik zal nooit het gevoel vergeten wat ik had toen we uiteindelijk de sleutel kregen: ‘Is dit allemaal van ons?’ Beneden alle ruimte, boven drie slaapkamers en een badkamer en daarboven nog een zolder… ik kon er niet over uit. Een heel huis!

Het was een middenwoning, een rijtjeshuis, maar ik had denk ik hetzelfde gevoel als mijn moeder vroeger: een paleisje. Ik kreeg zelf twee kinderen, we konden allemaal een eigen slaapkamer hebben en ik dacht nog wel eens terug aan het gezin van mijn jeugd in de kleine flat.

Het voelt rijk. En dat ben ik ook

Inmiddels is het jaren later en woon ik nog ruimer, in een 2 onder 1 kap woning met een tuin die zoveel ruimte biedt dat ik er dieren kan houden, speeltoestellen kan neerzetten en kan kiezen waar ik met mn tuinstoel ga zitten, afhankelijk van de zon en schaduw. Het voelt rijk. En dat ben ik ook.

foto: 1966

Als kind voelde ik me ook rijk, mijn ouders voelden zich rijk met hun huis. Ze zijn er nog jaren blijven wonen, tot het lichamelijk en geestelijk niet meer kon. Meer dan veertig jaar in hun driekamerflat en pijn in het hart toen ze moesten verhuizen.

Over het algemeen bieden ze een wat armoedige aanblik

De toen zo moderne flats zijn gedateerd en het zijn sociale huurwoningen geworden voor alleenstaanden of tweepersoonshuishoudens. Er is het hoognodige onderhoud aan gedaan maar over het algemeen bieden ze een wat armoedige aanblik. Via een Facebookpagina kom ik erachter dat een deel van de blokken al gesloopt is, er komt nieuwbouw voor in de plaats. Nieuwe paleisjes voor nieuwe mensen.

Ik moet niet te lang wachten als ik er nog een keer wil gaan kijken. Ik kijk alvast op Google streetview. Mijn lieve huis, het raam van mijn slaapkamer aan de voorkant. Ik kan op de foto zien dat de tuin, waar mijn vader zo trots op was, er verwaarloosd bij ligt.

Ik ben geen fan van Willeke Alberti en ik woonde ook niet op het Floraplein, maar de tekst van haar lied had ik zelf geschreven kunnen hebben. …’Dag huis, dat lieve oude woning. Ik vond je al met al zo fijn. Een warm gevoel, een dierbaar plekje. Een leven lang aan het Floraplein’…

Geschreven door: Annelies van Bloois

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Volg ons via Facebook